namen
Bij de doop wordt de naam van de dopeling in één adem genoemd met de Naam van God: Vader, Zoon en Geest. Dat betekent dat God en het kind bij elkaar horen, voor altijd. In sommige kerkelijke tradities wordt de doop daarom genoemd: "teken van het verbond". Je zou het kunnen vertalen met: "teken van verbondenheid".
water
In alle kerken wordt gedoopt met water. Van water word je schoon. Zo maakt het water zichtbaar wat God belooft: dat je, wat er ook gebeurt, bij God altijd met een schone lei mag beginnen.
Water is ook gevaarlijk, levensbedreigend. Daarom herinnert doopwater tegelijk ook aan al die bijbelverhalen waarin verteld wordt over mensen die door dat bedreigende water heen een nieuwe toekomst krijgen. Het leven van de dopeling zal niet kopje-onder gaan. Er zullen altijd nieuwe mogelijkheden zijn.
je belooft wèl wat..
Als je als ouders je kind laat dopen, wordt na het doopritueel gevraagd of je je kind wilt voorgaan op de weg van het geloof. Of je met je eigen leven wilt laten zien wat geloven betekent. Of je je kind wilt vertellen over God. Dat is nogal wat. Het is veel meer dan voorlezen uit de kinderbijbel of een avondgebedje voor het slapen gaan.
Het is meer dan je kind meenemen naar de kerk. Die belofte heeft te maken met het gewone alledaagse leven, met gesprekjes tussen neus en lippen door, met feest vieren en verdriet delen, met fouten maken en opnieuw mogen beginnen.
Het begint met veiligheid en geborgenheid en het eindigt met loslaten en de ruimte geven. En al die jaren daartussen in ben je samen onderweg en heb je als ouders en kinderen heel wat te vragen en te vertellen, ook over God en leven met geloof.
Om de paar jaar nodigen wij als wijkgemeente ouders die hun kindje hebben laten dopen uit om samen verder te praten rond een thema.